Voorgraver Klaas Klaassens overleden

Het bestuur van de Terpenvereniging heeft met weemoed kennis genomen van het overlijden in Vries van de heer Klaas Klaassens op 19 maart 2026. Hij was geen lid van onze vereniging, maar heeft bijna zijn hele werkzame leven gewerkt als voorgraver op het Biologisch-Archaeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, later Groninger Instituut voor Archeologie.

Vanouds was de dagelijkse leiding van een opgraving in handen van een voorgraver en een tekenaar. Zij stuurden de arbeiders aan, regelden alle technische zaken in nauw overleg met de verantwoordelijk archeoloog. Vaak was er ook een student(e) die meeliep met de opgraving en dan uiteraard werd bijgeschoold in praktische zaken van de opgraving. De archeoloog kwam op gezette tijden kijken en verder als overleg nodig was op de opgraving. Nadat de graafmachine zijn intrede deed voerden voorgraver en tekenaar ook het dagelijks contact met de machinist.

Het Instituut regelde arbeiders vaak via werkgelegenheidsregelingen en bij elke opgraving moesten dezen weer het graafwerk leren. Het vergde soms ook de nodige tact om hen scherp aan het werk te houden. Dat bestond vooral uit het schaven van het vlak of de profielen, alsmede het omspitten van grondsporen op zoek naar scherven, botten en andere voorwerpen die dan in papieren zakken met vondstnummer werden gedaan. De nummers met een locatieaanduiding en beknopte beschrijving werden bijgeschreven in kleine opschrijfboekjes, de vondstboekjes. Aan het eind van de dag werd een beknopt dagrapport geschreven waarin de verrichte werkzaamheden en de opvallendste waarnemingen werden genoteerd. In de wintertijd  verzorgde de voorgraver eerst het materieel en restaureerde en nummerde vaak ook het vaatwerk. De tekenaar ordende de foto’s en werkte de tekeningen uit. In de loop van de tijd veranderde de werkwijze wel. Archeoloog Piet Kooi, vooral werkzaam in Drenthe, betrok de technici bij de grote opgravingen in Peelo om samen tot conclusies te komen. Deze werkwijze werd door jongere archeologen gevolgd op het Instituut.

Klaassens was 28 september 1936 geboren in Zeijen en was geworteld in Drenthe. Lang woonde hij in Groningen aan het Van Brakelplein, maar later keerden hij en zijn vrouw Tini Gerding terug naar Zeijen. De oude Jan Lanting, de bekende voorgraver en steun en toeverlaat van Van Giffen was zijn oom. Klaassens heeft vooral veel in Drenthe gewerkt, waar veel grote opgravingen plaatsvonden, maar was ook betrokken bij de terpopgravingen. Zijn eerste grote opgraving op de klei was Paddepoel (1964), daarna volgden Middelstum-Boerdamsterweg (1970-1973), Foudgum (1966), Heveskesklooster (1982-1988), Oosterbeintum (1988-1989) en Englum (2000). Bij de opgravingen Heveskesklooster en Oosterbeintum heb ik intensief met hem, en zijn vaste partner en tekenaar Geert Delger mogen samenwerken. Zij waren een goed span stugge werkers met zorg voor de opgraving en de werkende mensen ter plaatse. De technici vormen feitelijk de ruggengraat van de opgraving. Zonder hun praktische inzet gaat het niet. De Terpenvereniging gedenkt Klaassens als een van de mensen die de grote terpopgravingen door hun dagelijkse werk mogelijk maakten.

Middelstum-Boerdamsterweg. Klaas Klaassens met dakstijlen uit de noordelijke rij van een boerderij.

Heveskesklooster, 29-08-1985: werkput 8, Geert Delger (links) en Klaas Klaassens (rechts) tijdens het inmeten van de skeletten van twee kloosterlingen op het kerkhof van de kloosterkerk (skeletten XIII en V). De rode contouren van de kerk kun je zien op de veldtekening. Op de achtergrond zie je Duitse studenten die enige andere skeletten vrijprepareren.

Hij zal in zijn familiekring door zijn dochter en kleinkinderen gemist worden. De vele goede herinneringen aan deze zorgzame man zullen hun tot troost zijn.

Egge Knol
Voorzitter Vereniging voor Terpenonderzoek

Voor alle gebruikte foto’s geldt:

Klaas Klaassens portret
Scroll naar boven